TERUG NAAR START
Wijnand van Dompseler
GeslachtMan
Leeftijd57 of 58 jaar
 
Geboren25-5-1687teBarneveld
Gedoopt29-5-1687teBarneveld
Overleden1745teOene
Vader Jan Dirckz van Domseler
 Geboren 2-5-1649
 Overleden > 1700
Moeder Aelbertjen van Dompseler
 Geboren 4-2-1644
 Overleden 8-11-1693
Broer  Guert Geb. 1663
Broer  Guert Geb. 1664
Broer  Dirck Geb. < 1668
Broer  Evert Geb. ?-1-1670
Broer  Ambrosius Geb. ?-11-1671
Broer  Ernst Geb. ?-3-1675
Zus  Anna Geb. 1676
Zus  Anna Geb. 13-7-1677
Zus  Anna Elisabeth Geb. 18-9-1681
Zus  Johanna Geb. 6-4-1683
Zus  Jacoba Geb. 1685
Broer  Albert Geb. 1689
 
Huwelijk 20-10-1711 te Oene
 
metJohanna Wilhelmina van Ommeren
 Geboren1689
 Overleden21-5-1774
Kinderen  Jan Willem
Ambrosius Evert
Gerrit
Egbertus
Anna Elisabeth
Hendrika Agnes
Notities persoonBij het magenscheid van 19 mei 1732 tussen Wijnand en zijn beide zusters verkreeg hij het heerengoed Schothorst. Een huis in de Groene Steeg te Barneveld was hen reeds in het jaar 1715 toegekend met hof en boomgaard daaraan gelegen alsmede het land op d’Oze, de Angelkamp genaamd, met drie kampen en het bos erbij. De 4de januari 1784 werd Wijnand van Dompseler verleid met de ..aalweer en het halve heerengoed Esveld, kreeg appropiatie en transporteerde het.
Hij ondertrouwde te Barneveld en trouwde 20 oktober 1711 te Oene met Johanna Wilhelmina van Ommeren, dochter van Willem van Ommeren Johansz. en Anna van Holthe, de ene achterkleindochter was van Josina Karckolff, dochter van Anna van Steenbergen, afstammeling van de Gelderse Hertogen. VAn de van Ommeren’s hadden velen zich verdienstelijk gemaakt als Burgemeesters der steden Arnhem, Harderwijk of Elburg, schouten van Ede en Barneveld, als kapiteis en vaandrigs in het Statsche leger, terwijl Jacob van Ommeren, de oude, in 1519 rentmeester van den Vorst van Gelre was en diens kleinzoon Jacob van O, de jonge, in 1581 als rekenmeester en eerste medegedeputeerde van Veluwe wegens de steden voorkomt.
Blijkens de oop van de kinderen woonden de echtelieden eerst te Barneveld, waar hun eerste kind op 14 augustus 1712 werd gedoopt. daarna te Oene waar het tweede kind op 12 november 1713 de doop ontving. Een reeks van jaren woonden zij daarna weer in Barneveld, waar 20 september 1722 ook het jongste kind gedoopt werd. Volgens het zogenamde Burgerboek te Elburg deed Wijnand van Dompseler de burgereed voor de heeren van Brienen en Feith op 17 juni 1729 en vertrok vandaar naar Oene, waarhij op 12 mei 1731 zijn kerkelijke attestatie van Elburg overlegde.
In de gemeente Epe, waaronder Oene gelegen is, in de naburige gemente Heerde warden de van Dompselers’s van de Quickborn en die van Zuydick en Volredinck afstammende van Gijsbert van D, zoon van Evert van Dompseler die in 1436 de Verbondsbrief zegelde, reeds van 1485 af gezeteld, waar zij mede vierschaar hielpen spannen, als er het Veluwse landgericht verscheen en vanwaar een hunner als gezant uit de Ridderschap van de Veluwe op de Landdag optrad., in 1543.
(Beschreven door Sloet en van Veen, Register op de Leenaktenboeken, Veluwe, blz 220 en 221 en d’Ab;aing van Giessenburg, de Ridderschap van de Veluwe alsmede de Gerichtssignaten van Veluwe en Quickborn. De laatste van hen, Arnold (ook Aernt) van Dompseler verkocht de Quickborn op 3 december 1727 (Register blz 221.)
Daarna zou bijna een eeuw lang, nl tot het jaar 1820, het geslacht van Wijnand van Dompseler voor een deel in de gemeente Epe gevestigd zijn en te Oene het huis Venenburg en het Klooster Nazareth bewonen (Mr P.A.N.S van Meurs, de Gelderse Volksalmanak, jaargang 1896.)
Niet lang voor het vertrek van Wijnand van Dompsler uit Barneveld overleed in het voorjaar van 1722 de schout aldaar, Dirk van Dompseler. Met zijn overlijden kwam het ambt van schout aldaar aan anderen dan de van Dompseler’s en de met hen door aanhuwelijking verwante geslachten Mom, Pannekoeck en van Ommeren, die van 1459-1722 het meest uitgestrekte en naar de belastingopbrengst gerekend het welvarendste der Veluwse ambten nl. Barneveld hadden bestuurd.
Vele leden van het hier behandelde geslacht hadden aldaar in de gerichtsbanken plaats genomen, niet alleen te Barneveld maar ook te Putten,
Epe en Heerde. Zij waren ook hierdoor erkend als behorende tot de Veluwse Ridderschap.
Het geslacht van Dompseler komt thans noch te Barneveld meer voor, noch te Oene of te Elburg waarheen Egbert van Dompseler Wijnandszoon zich in het jaar 1769 metterwoon begaf.
Toen in Maart 1713 het ambtsbestuur van Barneveld dat in de plaats getreden was van de ambtsjonkerlijke regering, een advertentie in de Haarlemmer coirant liet plaatsen, dat rechthebbenden op de "Dompselersbank"in de kerk van Barneveld, (tegenover de Schaffelaarsbank) zich binnen zes weken moesten melden of dat zij anders aan de kerk zou vervallen, daagde geen der rechthebbenden, elders woonachtig, op en werd de bank bestemd voor leden van het gezin van de presikant en doet heden (1962) nog als zodanig dienst.
In katholieken en Protestanten tijd werd kerkelijke ambten door van Domseler’s vervuld n.l. van kerkmeester, diaken of ouderling. Zowel te Epe als te Barneveld werden door hen vicariën gesticht en stonden volgens de kerkeboeken graven in het ruim- en in het koor der kerk op hun naam. Daar, alsook te Putten vindt men nog de zerken met wapens en opschriften die de grafsteden of de grafkelders dekten.
Nadat ze zich bij de Hervorming hadden aangesloten, verschenen zij dikwijls, zoals de classika akten bewijzen, als afgevaardigden hunner kerken ter classikale vergadering in Neder-Veluwe, thans classis Harderwijk. Deze terugblik diende op een verleden van ruim drie eeuwen gesdlagen te worden, toen Wijnand van Dompseler voor goed het Ambt Barneveld verliet.
In het jaar 1741 was hij één der gerichtslieden, die als zodanig vaste goederen moest bezitten, voor wie te Oene Frederik Dibbets en zijn vrouw,
ouders van zijn schoondochter, hun uitersten wil maakten (Gelderse Volksalmanak, 1895 blz 161) De 16e oktober 1741 transporteerden hij en zijn
vrouw de Eekmate, groot ongeveer twee morgen land en liggende onder het dorp voor fl 450,--. (Mr Pieter van Meurs, Geld. Volksalmanak 1896, blz 142 en 143). In de acte wordt hij "de Welgeboren Heer" genoemd. Met deze titel komt hij meer voor en als zodanig of als Welgeboren vrouw worden ook zijn kinderen aangeduid.
Wijnand van Dompseler blijkt in het jaar 1745 te zijn overleden. Zijn weduwe ontving toen volgens testament van juffrouw Christin van Hierde, stiefzuster van haar vader, een legaat, evenals haar broeder de Elburgse Burgemeester Egbert Jan van Ommeren.
In het jaar 1752 transporteerde zij het door haar bewoonde huis te Oene met hof, land en gereede goederen aan haar kinderen Egbert, Anna Elisabeth en Hendrika Agnes. (Gelderse Volksalmanak, 1896 blx 134).
De weduwe van Dompseler- van Ommeren, zoals zij in het grafregister te Elburg genoemd wordt, stierf op hoge leeftijd. Op 25 mei 1774 werden de kosten van het graf in het ruim der kerk, voldaan.
Vroeger werd een lijk naar elders vervoerd en moest men in alle plaatsen die men doortrok en het meest aan de plaats vanwaar men vertrok, grafrechten voldoen, die behoorlijk geboekt werden.
Zo werd in Elburg op 27 december 1791 een lijk naar elders gebracht, vermoedelijk naar Oene. "Is vervoert Mejuffrouw weduwe van Dompseler, voor het voorbijgaan der....... na....... (verder niet ingevuld) fl 6,--.
Het zal het gebeente geweest zijn van de eerstegnoemde vrouw, die in haar geboorteplaats bij haar voorvaderen - de van Ommerens--en de ten Holtes--- en bij haar naaste verwante-----onder wie haar echtgenoot------- een laatste rustplaats vond.
Op 1 oktober 1774 gingen haar kinderen een magescheid over haar nalatenschap aan. (Gelderse Volksalmanak 1896, blz 137-138). Behalve 2 dochters en een zoon Jan Willem, op 14 augustus 1714 te Barneveld gedoopt en die op jeugdigen leeftijd schijnt gestorven te zijn, werden uit het huwelijk van Wijnand van Dompseler en Johanna Wilhelmina van Ommeren drie zoons geboren: Ambrosius Evert, gedoopt te Oene op 12 november 1713, Gerrit, gedoopt te Barneveld 5???? 1716 en Egbert.

Dompseler, Wijnandt v x, Ommeren, Johanna van, verkochten aan, Hanecamp,
Garrit Willemsen,
wat: 2 mo land de Eeckmatte, waar: OenderDorp, 450, 17411016, 17411130,
bron: , 1, 933, 1/9, 23r,

Riphagen, Gerrit Roelofs, schuldig aan, Freriks, Jacob,
wat: onderp.Ommerenskamp, waar: OenderDorp, 200, 17741001, 17741021,
17830828
bron: , 1, 935, 2/4, 53v, <gekocht v wed.WvDompseler

Erven v Johanna W v Ommerenx, Dompseler, Wijnand v (zal.), 6,
magescheid/erfdeling,
wat: , waar: , 17741001, 17741109,
bron: , 1½, 935, 2/4, 54r,


Uittreksels uit de “protocollen van bezwaar” van het ambt Epe __oud notarieel_1650_-_1811__-_